OOG voor Brunapeg

11-02-2010 Nieuwsbrief 2 Jan en Diny

Het is woensdag en we zitten buiten in onze tuin, in de schaduw van de bomen. Het is een verademing, dat we in de gelegenheid zijn een Nieuwsbrief te beginnen. Want: de elektriciteit doet het! Sinds vrijdag al. Afgelopen weekend waren we wel in Bulawayo, dus we hebben er nog niet ten volle van kunnen genieten.
Hieronder willen we puntsgewijs weer wat onderwerpen de revue laten passeren.

  1. De computerlessen
    Die ben ik vorige week begonnen. Voor de meesten is de computer helemaal nieuw, dus aan meer dan enige uitleg over beeldscherm, computerkast, toetsenbord en muis kom je zo’n eerste keer niet toe. En dan flink oefenen, natuurlijk! Maar de mensen genieten er wel van. Of dat komt door mijn enthousiaste manier van lesgeven, weet ik niet, maar het is wel een feit. Van de week vroeg ik aan het eind van een les aan het groepje, of ze het een beetje leuk vonden. ‘Oh yes’, zei één van de verpleegkundigen, ‘Thank you. And may God bless you!”
    Deze week kunnen de cursisten al nieuwe documenten creëren , wegschrijven en vervolgens, na uit- en aandoen van de PC weer terugvinden.
    Ik heb van huis Open Office meegenomen en op de verschillende computers hier neergezet. Iedereen is wat dat betreft in de gelegenheid het geleerde in de praktijk te brengen. Vanaf deze week geef ik ook huiswerk mee.
    De cursus, die ik aan de medewerkers geef, heb ik via Internet op de kop getikt. Ik mag hem van de eigenaar gratis gebruiken. Hij heeft wel op elke pagina van het document, dat met een wachtwoord is beveiligd, de opmerking gezet, dat alleen Jan en Diny Paulus en St. Annes hospital in Brunapeg de cursus mogen gebruiken.
    Op woensdag (vandaag dus) geef ik eigenlijk geen cursus. Het is een ‘uitwijk’-dag. Vandaag kan ik hem mooi gebruiken, want afgelopen maandag waren we in Bulawayo (zie onder). Sister Tarcisia krijgt vandaag nog een extra les, want zij was er vorige week niet.
    Johannes, één van de chauffeurs van de tractor, kwam me vanmorgen vragen of hij ook op de cursus kon komen. Ik heb hem gezegd, dat ik volgende week zaterdag een aparte groep begin met een paar chauffeurs, een tuinman, een technicus van het ziekenhuis. Johannes zal dan de vijfde zijn. Hij vindt het prachtig.
      
  2. Het broodproject
    De tijdelijke oplossing (het betrekken van 26 broden van één van de shops hier) duurt voort. Aanvankelijk dachten we aan twee weken genoeg te hebben, maar we hebben deze periode met één week moeten verlengen.
    Het herstellen van de oude elektrische oven is toch ingewikkelder dan we dachten. We hadden daarom het plan opgevat niet langer te dralen en de oude oven te vervangen door een splinternieuwe uit de stad.
    Maar ook dat plan – de koop zou afgelopen zaterdag in Bulawayo plaatsvinden – is weer veranderd. We zaten er vrijdag tijdens het eten met dokter Pellio over te praten en we zeiden blij te zijn dat onze Stichting deze aanschaf voor de keuken van de School of Nursing kon doen. Zij vond het natuurlijk ook heel mooi, maar had op één punt nog een goed advies. Ze vroeg zich hardop af waarom we zo nodig een elektrische oven wilden hebben. Een oven op biogas leek haar veel beter, aangezien genoemde keuken al een fornuis op biogas had werken. Daar kookten ze de maaltijden van de student nurses mee. En er was meer dan genoeg biogas voorhanden (van de boerderij) om ook een nieuwe oven voor het bakken van brood te laten werken.
    We hebben besloten de koop van de elektrische oven niet door te laten gaan en aan de technicus van het Aartsbisdom, Khaisano Ndlovu, advies te vragen. Hij is vertrouwd met apparatuur op biogas. We kwamen hem afgelopen weekend in Bulawayo toevallig tegen. Hij vroeg dadelijk of we erin geslaagd waren de elektrische oven te kopen. Toen we hem vertelden van onze biogasplannen, vond hij dat maar wat slim! Zo’n oven – eigenlijk een gasoven – is veel goedkoper dan de elektrische tegenhanger en hij kon de oven eenvoudig ombouwen tot een biogas-versie. Gisteravond is hij in Brunapeg aangekomen en één dezer dagen spreken we verder met hem.Het broodproject op school loopt de afgelopen twee weken heel goed. Op een gegeven moment kwam ik even langs op de school. Het hoofd van de school was niet aanwezig. Eén van de onderwijzers vertelde dat ze eigenlijk niet voldoende hadden aan de 26 broden iedere dag. Diny en ik zeiden later tegen elkaar, dat het jammer is dat je zo’n klacht krijgt te horen omdat je toevallig even langs komt. Waarom komt niemand dat even vertellen?
    We hebben onze eigen Nederlandse oplossing gevonden.
    Jullie moeten weten, dat de broden op snijmachines worden gesneden, die afgestemd zijn op kortere broden. Het gevolg is dat één van de twee kappen van ieder brood de dikte heeft van drie boterhammen.
    In één van de keukenladen in ons doktershuis vinden we een broodmes en –plank.
    De volgende morgen breng ik deze attributen naar de beide caretakers (concierges) die iedere morgen de boterhammen met een lik pindakaas besmeren.
    Van de onderwijzers, die de eerste week die dikke kappen voor zichzelf namen en zodoende een redelijk verzadigde indruk maakten, hebben we geen klachten meer gekregen.   

     

  3. Felicity, UNICEF en de reis naar Bulawayo
    Van vorig jaar kennen we Felicity Sibindi, die toen al samen met een Duitse kinderarts als externe kracht allerlei nuttig werk voor het ziekenhuis deed. Zij had vorige week een klus te doen voor UNICEF: het brengen van medische spullen bij alle ziekenhuizen in een groot gebied. Die spullen waren de week tevoren hier in het ziekenhuis afgeleverd. Wij vroegen haar of we een dagje met haar meekonden. In eerste instantie leek het erop dat dat kon: op woensdag had ze een ritje in de buurt te maken. Maar de planning verliep toch anders. Het korte ritje ging naar de vrijdag, precies de dag dat we ook al met haar mee zouden rijden naar Bulawayo. Omdat ze verwachtte op vrijdag niet voor vier uur thuis te zijn (dus zo kort was het ritje niet), hebben we ervoor gekozen in Brunapeg te blijven, omdat de reis naar Bulawayo al minstens drie uur is.
    Felicity was op die vrijdag nog wat later thuis en er moesten voordat we met z’n vijven (de chauffeur voor de terugweg en onze huisgenoot Caesar gingen ook mee) weggingen nog allerlei dingen worden geregeld. Pas om kwart voor vijf vertrokken we. Met z’n zessen, want er was nog een passagier, die graag naar Bulawayo wilde.
    Voor een goede verdeling van het gewicht was het het beste dat Jan voorin plaatsnam, naast Felicity die achter het stuur zat. Ik voelde me een vorst.
    Achterin kwam Diny, vastgeklemd tussen drie volwassen mannen. De reis verliep prima. Er werd onderweg veel gepraat en gelachen. Er waren woordgrappen in het Ndebele en Jan heeft een enkel raadseltje of mopje in het Engels verteld. Tegen achten naderden we in het donker Bulawayo. Hier moesten eerst de drie andere passagiers na elkaar op de plaats van bestemming worden gebracht. Met geen of weinig straatverlichting, verkeer met slecht afgestelde of helemaal geen verlichting was dat een hele tour. Tegen negenen kon Felicity ons bij Travallers Guesthouse, dat we al zo goed kennen, afzetten.
    Felicity zelf had nog een kwartier nodig om bij haar moeder te zijn. 
  4. Bulawayo
    Direct de eerste dag al hadden Diny en ik om negen uur ’s morgens een afspraak met Sister Mary Emmanuel Matemati, secretaris voor de scholen in het Aartsbisdom. Om naar het centrum te komen (een kilometer of 8) kun je vier dingen doen: lopen, fietsen, een taxi of een minibusje nemen. Lopen valt af, omdat het te veel tijd in beslag neemt, en een fiets hebben we daar niet. Een taxi is relatief duur en tamelijk gevaarlijk, omdat de taxichauffeurs in vehikels rondrijden. Een minibusje is een busje met vijf banken voor (officieel) 5×3 = 15 personen. Maar de meeste busjes hebben 5×4 = 20 passagiers aan boord. De bijrijder staat bij de ingang, een schuifdeur, die pas ná vertrek na één of twee ruggelings uitgevoerde rukken krakend in het slot valt.
    Vanaf Travaller’s Guesthouse is het ongeveer zeven minuten lopen naar de stoplichten bij een kruispunt met een verbindingsweg naar het centrum. Diny en ik zijn altijd de enige blanken in het volle busje.
    Het busje stopt bij de basiliek – er zijn altijd wel enkele passagiers die de chauffeur erop wijzen dat hij moet stoppen, omdat wij eruit moeten – en wij gaan dadelijk naar het kantoortje, waar de Sister ons begroet. Ik ben hier al eerder geweest en heb bij die gelegenheid haar computer onderzocht. E-mailen kon ze niet (ze heeft een telefonische aanluiting) maar bij gebrek aan een document met de juiste waarden of een telefoonnummer van de provider, kon ik haar niet helpen. Ik heb haar toen geadviseerd die gegevens te achterhalen en goed in te (laten) vullen.
    Ik vroeg haar bij binnenkomst of ze al kon e-mailen, maar ze gaf aan dat dat nog steeds niet lukte. Toen ik de computer aanhad, constateerde ik dat de waarden nog steeds hetzelfde waren. Sister Mary zei dat ze aan de Aartsbisschop zou vragen hoe het zat. Maar daar wilde ik graag bij zijn, zei ik. Grote kans dat de aartsbisschop en ik er samen wel uitkomen. Het idee alleen al! Diny zal dan foto’s maken, hoop ik.
    Om tien uur hadden we afgesproken met Boxen, de chauffeur. Die was goed op tijd bij de basiliek aanwezig. Een wonder, want hij had al flinke tegenslag gehad. Van de pick-up truck waren de sleutels onvindbaar en de tank was zo goed als leeg. De wagen was voor een onderhoudsbeurt naar de garage geweest. Hij heeft heel wat moeten organiseren om die problemen op te lossen. Met hem zijn we naar de Cash&Carry gereden om alvast allerlei spullen voor het bakken van brood in te slaan. De 50kg-zakken bloem wilden we op maandag bij de National Food Company inslaan. Als het kan acht zakken, want ik heb alle spullen van het lijstje dubbel ingeslagen. Met de bloem zouden we dan voor vier weken bij ons hebben.Samen met Boxen hebben we op maandag flinke stukken door Bulawayo gereden om bij twee ziekenhuizen en andere instanties kleine en grotere pakketten voor het ziekenhuis af te halen. Achterop zit de Catechist van de missiekerk, in het begin zelfs al dommelend. Die was een weekend naar zijn huisgezin in Bulawayo geweest en had op deze manier, net als wij, gratis vervoer terug naar Brunapeg.
    Het inladen van de acht zakken bloem brengt een algehele reorganisatie van de spullen achterop de truck met zich mee. Het dekzeil van de grote vrachtwagen van het ziekenhuis, dat Boxen ook nog op de kop had getikt, moest eerst op de bodem van de laadbak. Dan de acht zakken meel (plaatsje vrijhouden voor de Catechist) en alle spullen daar bovenop en het zeil teruggeslagen om die spullen heen. Bovenop dat zeil onze beide handkoffers en een door de broer van Boxen meegegeven vrachtautowiel. De Catechist houdt onze handkoffers vast. En zo razen we – Boxen houdt van doorrijden – na een uur over de Farmroad naar Brunapeg. En dat is 80 km over een zeer hobbelige weg. Soms ziet Boxen ook niet alle gaten in de zandweg en moet hij door het geopende raampje ‘sorry’ roepen in de richting van de Catechist, die onverstoorbaar op zijn plekje zit.
    Wij zelf zitten klem naast Boxen, die ook nog wat ruimte nodig heeft om met de pookversnelling te kunnen schakelen.
    Voor de Catechist en onze handkoffers houden we ons hart vast. Maar alles komt goed. We maken wat mee!

     

  5. Duncan
    Vanavond maken we om een uur of half zeven onze gebruikelijke avondwandeling. We hebben niet veel tijd, want we moeten om half acht zeker terug zijn, omdat het dan al helemaal donker is.
    Bij de ziekenhuispoort komen we Duncan tegen, die bij de technische Dienst van het ziekenhuis werkt. Volgende week zaterdag is hij één van degenen die die bijzondere computergroep zullen gaan vormen.
    We kennen hem al van vorig jaar. Samen met Kitty zijn we een keer naar zijn huisje en dat van zijn moeder Suzan geweest. In een klein dorp op een afstand van ongeveer drie kilometer van het ziekenhuis verwijderd. Zijn vrouw Priscilla heeft samen met haar schoonmoeder de zorg voor vijftien kinderen. Eén of twee van hen zelf en de andere van zussen van Duncan, die in Zuid-Afrika de kost verdienen. .
    Als Duncan ons ziet, dan begroet hij ons hartelijk. Hij wil eerst weten hoe het met ons gaat. Dan vragen we naar zijn welstand en die van zijn moeder en zijn vrouw. We zijn hun namen vergeten, maar hij helpt ons. Hij vertelt dat zijn zieke zus, die enkele weken geleden een paar dagen hier in het ziekenhuis heeft gelegen, nog bij hem thuis is. Verder gaat het hem en iedereen goed.
    Dan vragen we verder: heb je thuis eigenlijk wel water? Ja, er is een borehole. Niet bij hem thuis, maar een borehole voor de helft van de gemeenschap. De andere helft heeft een andere borehole tot hun beschikking. De gemeenschap moet zuinig aan doen met het water. Het is alleen voor consumptie. Op de tuin mag je geen water gebruiken. Daar wordt streng op toegezien.
    Duncan kan nu al wel uitrekenen dat ze tot mei volgend jaar zeker geen oogst hebben. Niets wil groeien met deze droogte. Hij wordt er emotioneel van. Het gesprek laat ons natuurlijk ook niet onberoerd. Hoe zou je hem, zijn familie, zijn gemeenschap kunnen helpen? 
  6. Nieuwbouw
    Tijdens onze aanwezigheid vorig jaar is de fundering gelegd voor twee gebouwen, waarin in totaal 48 student nurses kunnen wonen. Die gebouwen zijn bijna klaar. Gisteravond zijn we onze wandeling begonnen met een bezoekje aan deze gebouwen. Om foto’s te nemen. Het zijn schitterende onderkomens. In elk van beide is een mooier ruime woonkamer en een eenvoudige keuken. Ook zijn er gezamenlijke douches en toiletten. De twaalf tweepersoonskamers van elk gebouw hebben elk een eigen voordeur. Deze voordeuren komen uit op een soort binnenplaats, die ingericht wordt als tuin. De oplevering zal in maart zijn. Hopenlijk maken we dat nog mee.
    Belangrijk hierbij is nog, dat de gebouwen gefinancierd zijn door de Nederlandse ambassade. Marc en Kitty Bron hebben zich daar in hun tijd sterk voor gemaakt.
    Twee andere gebouwen, ook ten behoeve van de opleiding van verpleegkundigen (daar wordt lesgegeven), zijn gefinancierd door de Duitse en de Canadese ambassade.
    We hebben mooie foto’s gemaakt, die we, als we terug zijn, via e-mail zullen verspreiden.

 Er is nog veel meer te schrijven. Maar laten we zeggen: volgende keer verder.

Hartelijke groet,

Jan en Diny

11/02/2010 Geplaatst door | 1 | 1 reactie

28-01-2010 Nieuwsbrief 1 Jan en Diny

Net als vorig jaar willen we ook nu met zekere regelmaat een nieuwsbrief versturen. Voor ons is vandaag de achtste dag hier in het kleine Brunapeg en we genieten met volle teugen van de gastvrijheid van de mensen, hun vrolijkheid en hun positieve instelling. Wij hopen dat jullie met belangstelling en soms ook met enig genoegen de door ons bijeengeschreven onderwerpen willen lezen.

  1. De reis hiernaartoe
    De woensdag na onze aankomst op zondagmiddag in Bulawayo – we hebben daar een paar dagen gebruikt om te acclamatiseren en om kennis te maken met mensen van het Aartsdiocees, met wie we via e-mail enig contact hebben – meldde Mdudusi, de chauffeur van de ziekenauto, zich bij het Travallers Guesthouse waar wij verbleven. Het was één uur ‘s middags en hij moest nog wel enkele boodschappen doen. Tussen drie en half vier zou hij bij ons zijn om ons op te halen.
    Om kwart over vier was hij terug. Met een ziekenauto, die helemaal volgeladen was met boodschappen en met de zwaarlijvige Mrs. Madzipa, de administrateur van het hospitaal, het jongetje Tino met zijn moeder en een non.
    Terwijl Mrs. Madzipa bleef zitten waar ze zat, haalden de anderen samen met ons alle spullen uit de auto. Omdat onze koffers er nog bij moesten, vond er een reorganisatie van de spullen plaats. Resultaat was, dat alles en iedereen mee kon. Om een uur of vijf rijden we de stad uit richting Bulawayo. Diny en ik voorin bij de chauffeur. Het lijken wel ereplaatsen. Van de andere vier zien we tot onze aankomst 200 km verder en drie uur later niets meer. Ze zijn aan onze ogen ontrokken door de hoge berg koffers en andere spullen.We kunnen hen alleen af en toe horen. Het heeft gisteren geregend. Het is lastig rijden, maar Mdudusi maalt daar niet om. 
  2. De omgeving, de mensen en de dieren
    Het valt ons meteen op: het ziet er hier anders uit dan vorig jaar. In de eerste plaats is het veel minder groen langs de weg en verder onder de bomen. Hier heeft het vanaf begin december niet geregend, op de bui van gisteren na, dan. Maar ook de dieren zijn veel magerder. Ja, we zien het goed: door de grote droogte is er honger in het land. Als je geen geld hebt om eten te kopen en er is geen water om je akkertje te beregenen, dan houdt alles op. 
  3. Het broodproject
    Dat heeft de laatste maanden stil gelegen. De maand december is er geen school, de elektriciteit heeft het de laatste tijd laten afweten en dan is er de oven van de School of Nursing, die een kapotte schakeling heeft.
    Nu is de handigste man van het Ziekenhuis met verlof. Hij heeft al wel een andere schakeling laten komen, maar krijgt die niet passend. Als hij volgende week terug is, dan kijkt hij verder.
    Maar zo lang konden de kinderen niet wachten, vonden we. Samen met Debra, het hoofd van de school, hebben we een tijdelijke oplossing gevonden. Bij één van de shops in het dorp betrekken we sinds gisteren 26 broden per dag. Daar slaan we dagelijks ook een kilo pindakaas en acht flessen geconcentreerde vruchtensap in.
    We zijn blij dat dit op zo korte termijn kon worden geregeld. 
  4. De kerkdienst van zondag
    Het was mooi afgelopen zondag weer in de kerk te zitten en te genieten van driestemmige liederen, die alleen door trommels begeleid worden. Tegen het einde van de dienst riep Father Innocent ons naar voren. Hij heette ons hartelijk welkom en vond het fijn, dat we hier voor de tweede keer waren. We kregen een warm applaus van alle kerkgangers. Daarna kregen wij het woord. Omdat de dienst op dat ogenblik al ruim twee uur had geduurd, hebben we het niet te lang gemaakt. We hebben gezegd, dat we het heel fijn vonden om terug te zijn en een paar kleine dingen kunnen doen. Weer kregen we de handen op elkaar. 
  5. In en rond het huis
    Net als vorig jaar bakken de gogo’s Agnes en Sizwile brood voor ons. Ook de warme maaltijd maken ze klaar met groenten uit de tuin van dokter Theresia Pellio, die ruim een week voordat wij arriveerden haar werk hier begon. We kunnen het goed met haar vinden.
    Het is fijn de gogo’s en Cliff in de buurt te hebben. Vooral Agnes vindt het leuk over al die mensen, die hier door de jaren heen vanuit Nederland zijn geweest, te praten. Cliff is de handige alleskunner. Hij doet de groententuin en onderhoudt de rest. De gogo’s doen ook de was voor Theresia en voor ons. Het huishouden nu is natuurlijk een stuk kleiner dan eerder in de tijd van de Bronnen. Het is dan ook niet vreemd, dat de gogo’s en Cliff nu van half acht tot één werken in plaats van tot vijf uur.
    In de groentetuin van het ziekenhuis werken nog altijd ongeveer vier of vijf man. Geregeld wordt de vorig jaar gekochte tractor ingezet. Een mooi gezicht is dat.
    ’s Morgens om zes uur klinkt de klok van de kerk van de missiepost.
    Om half acht ’s avonds, als het net donker is, gaan de beide kerkuilen op jacht. Onder luid gekrijs verlaten ze hun hoog in de palmboom gebouwde nest. Ook ’s nachts horen we ze vaak.
    In de boom bij de voordeur van ons huis is een wevertje begonnen met de bouw van zijn bolvormige nest. Het nest bestaat in z’n geheel uit grasssprieten, lange en korte. We hebben hem zien weven. Prachtig.Ik ben nog niet begonnen met lesgeven. Daarom hebben we tot nu toe wel tijd gehad om voor het een of ander naar de school te wandelen. Als ik ergens in het ziekenhuis enig reparatiewerk kan verrichten, dan verdiept Diny zich in de wondere wereld van de vogels. We hebben ons mooie vogelboek van Zuidelijk Afrika meegenomen. 
  6. Wandelingen
    ’s Morgens vroeg beginnen Diny en ik met een flinke wandeling van een uur. Het verschil met vorig jaar is, dat iedereen ons kent en dadelijk op ons af komt om ons te begroeten. ‘Did you come back?’, vragen ze dan. ‘Do you want to help us again?’ En dan leggen we in ons beste Engels uit wat we komen doen. Vragen die ook altijd terugkomen zijn: ‘How is doctor Bron? And how is the family?’
    Na het avondeten maken we nog een rondje, maar dan vaak met de nieuwe dokter. Zo leert zij de omgeving ook wat kennen en daar is ze blij mee. We praten Engels met haar, maar hebben altijd pret om haar tongval. Zo gebruikt zij in plaats van het Engelse ‘you know’ steevast ‘ja’. Zij is tegenover ons heel open en vertelt veel over de zes jaren, die zij in Oeganda heeft gewerkt. Van sommige interessante verhalen kent Diny de achtergrond, omdat ze daarover in een Nederlands blad al het een en ander had gelezen. 
  7. Computeraangelegenheden
    Meteen de eerste dag, dat we hier in Brunapeg waren, sleepte één van de administratieve medewerksters mij al bij haar PC, die ellendig traag werkte en dan ook een reutelend geluid voortbracht. Enig onderzoek bracht aan het licht, dat de PC last had van een virus. Installatie van een update van het anti-virus-programma deed wonderen. Ik kon de virus verwijderen en de PC loopt als een tierelier.
    De PC van Mrs. Madzipa, de administrateur van het ziekenhuis, had vanaf het begin – toen wij vorig jaar weggingen kreeg zij een nieuwe PC – kuren. Op willekeurige momenten krijgt zij een boodschap op het scherm, dat zij een disk in de drive moet doen. Die boodschap slaat nergens op. Op Internet vond ik dat ik iets in het Register moest wijzigen (dit voor de kenners). Ik heb de gevonden stappen uitgevoerd en de boodschap blijft weg.
    Ik kan daar geen kwaad meer doen.
    Om cursus te geven heb ik enige installaties moeten uitvoeren. Zo goed en zo kwaad als dat ging, want elektriciteit is hier meer niet dan wel aanwezig!
    Volgende week begin ik met de lessen. Ongeveer twintig mensen ga ik straks in groepjes van vier of vijf lesgeven. 
  8. Plannen voor de scholen
    We zijn aan het proberen het gecombineerde plan van technicus Kaisano Ndlovu (vanmorgen heb ik hem kort gesproken) uit elkaar te rekken en voor de beide scholen een eenvoudiger wateroplossing te maken. Kaisano was druk en komt er later vandaag op terug.
    Moses Moyo, hoofd van de middelbare school, en Debra Nyathi van de lagere school voelen wel wat voor mijn voorstellen. Ik ben benieuwd of ik de technicus zo ver kan krijgen. 

Slot
We zijn ongeveer de hele dag buiten en slapen heel goed.
We genieten van de geluiden om ons heen. Loslopende en in de donkere nacht nu en dan balkende ezels, een Nonnetjieuil (onze kerkkuil), een Kroonkiewiet, een Gevlekte Koekoek, een Oranjeborsboslaksman, een Rooiborsduifie, Groenvlekkduifie, Bosveldvisvanger,  (om de Zuid-Afrikaanse namen van enkele hier veel voorkomende vogels te noemen).

11/02/2010 Geplaatst door | 1 | Geef een reactie

   

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.