OOG voor Brunapeg

28-01-2010 Nieuwsbrief 1 Jan en Diny

Net als vorig jaar willen we ook nu met zekere regelmaat een nieuwsbrief versturen. Voor ons is vandaag de achtste dag hier in het kleine Brunapeg en we genieten met volle teugen van de gastvrijheid van de mensen, hun vrolijkheid en hun positieve instelling. Wij hopen dat jullie met belangstelling en soms ook met enig genoegen de door ons bijeengeschreven onderwerpen willen lezen.

  1. De reis hiernaartoe
    De woensdag na onze aankomst op zondagmiddag in Bulawayo – we hebben daar een paar dagen gebruikt om te acclamatiseren en om kennis te maken met mensen van het Aartsdiocees, met wie we via e-mail enig contact hebben – meldde Mdudusi, de chauffeur van de ziekenauto, zich bij het Travallers Guesthouse waar wij verbleven. Het was één uur ‘s middags en hij moest nog wel enkele boodschappen doen. Tussen drie en half vier zou hij bij ons zijn om ons op te halen.
    Om kwart over vier was hij terug. Met een ziekenauto, die helemaal volgeladen was met boodschappen en met de zwaarlijvige Mrs. Madzipa, de administrateur van het hospitaal, het jongetje Tino met zijn moeder en een non.
    Terwijl Mrs. Madzipa bleef zitten waar ze zat, haalden de anderen samen met ons alle spullen uit de auto. Omdat onze koffers er nog bij moesten, vond er een reorganisatie van de spullen plaats. Resultaat was, dat alles en iedereen mee kon. Om een uur of vijf rijden we de stad uit richting Bulawayo. Diny en ik voorin bij de chauffeur. Het lijken wel ereplaatsen. Van de andere vier zien we tot onze aankomst 200 km verder en drie uur later niets meer. Ze zijn aan onze ogen ontrokken door de hoge berg koffers en andere spullen.We kunnen hen alleen af en toe horen. Het heeft gisteren geregend. Het is lastig rijden, maar Mdudusi maalt daar niet om. 
  2. De omgeving, de mensen en de dieren
    Het valt ons meteen op: het ziet er hier anders uit dan vorig jaar. In de eerste plaats is het veel minder groen langs de weg en verder onder de bomen. Hier heeft het vanaf begin december niet geregend, op de bui van gisteren na, dan. Maar ook de dieren zijn veel magerder. Ja, we zien het goed: door de grote droogte is er honger in het land. Als je geen geld hebt om eten te kopen en er is geen water om je akkertje te beregenen, dan houdt alles op. 
  3. Het broodproject
    Dat heeft de laatste maanden stil gelegen. De maand december is er geen school, de elektriciteit heeft het de laatste tijd laten afweten en dan is er de oven van de School of Nursing, die een kapotte schakeling heeft.
    Nu is de handigste man van het Ziekenhuis met verlof. Hij heeft al wel een andere schakeling laten komen, maar krijgt die niet passend. Als hij volgende week terug is, dan kijkt hij verder.
    Maar zo lang konden de kinderen niet wachten, vonden we. Samen met Debra, het hoofd van de school, hebben we een tijdelijke oplossing gevonden. Bij één van de shops in het dorp betrekken we sinds gisteren 26 broden per dag. Daar slaan we dagelijks ook een kilo pindakaas en acht flessen geconcentreerde vruchtensap in.
    We zijn blij dat dit op zo korte termijn kon worden geregeld. 
  4. De kerkdienst van zondag
    Het was mooi afgelopen zondag weer in de kerk te zitten en te genieten van driestemmige liederen, die alleen door trommels begeleid worden. Tegen het einde van de dienst riep Father Innocent ons naar voren. Hij heette ons hartelijk welkom en vond het fijn, dat we hier voor de tweede keer waren. We kregen een warm applaus van alle kerkgangers. Daarna kregen wij het woord. Omdat de dienst op dat ogenblik al ruim twee uur had geduurd, hebben we het niet te lang gemaakt. We hebben gezegd, dat we het heel fijn vonden om terug te zijn en een paar kleine dingen kunnen doen. Weer kregen we de handen op elkaar. 
  5. In en rond het huis
    Net als vorig jaar bakken de gogo’s Agnes en Sizwile brood voor ons. Ook de warme maaltijd maken ze klaar met groenten uit de tuin van dokter Theresia Pellio, die ruim een week voordat wij arriveerden haar werk hier begon. We kunnen het goed met haar vinden.
    Het is fijn de gogo’s en Cliff in de buurt te hebben. Vooral Agnes vindt het leuk over al die mensen, die hier door de jaren heen vanuit Nederland zijn geweest, te praten. Cliff is de handige alleskunner. Hij doet de groententuin en onderhoudt de rest. De gogo’s doen ook de was voor Theresia en voor ons. Het huishouden nu is natuurlijk een stuk kleiner dan eerder in de tijd van de Bronnen. Het is dan ook niet vreemd, dat de gogo’s en Cliff nu van half acht tot één werken in plaats van tot vijf uur.
    In de groentetuin van het ziekenhuis werken nog altijd ongeveer vier of vijf man. Geregeld wordt de vorig jaar gekochte tractor ingezet. Een mooi gezicht is dat.
    ’s Morgens om zes uur klinkt de klok van de kerk van de missiepost.
    Om half acht ’s avonds, als het net donker is, gaan de beide kerkuilen op jacht. Onder luid gekrijs verlaten ze hun hoog in de palmboom gebouwde nest. Ook ’s nachts horen we ze vaak.
    In de boom bij de voordeur van ons huis is een wevertje begonnen met de bouw van zijn bolvormige nest. Het nest bestaat in z’n geheel uit grasssprieten, lange en korte. We hebben hem zien weven. Prachtig.Ik ben nog niet begonnen met lesgeven. Daarom hebben we tot nu toe wel tijd gehad om voor het een of ander naar de school te wandelen. Als ik ergens in het ziekenhuis enig reparatiewerk kan verrichten, dan verdiept Diny zich in de wondere wereld van de vogels. We hebben ons mooie vogelboek van Zuidelijk Afrika meegenomen. 
  6. Wandelingen
    ’s Morgens vroeg beginnen Diny en ik met een flinke wandeling van een uur. Het verschil met vorig jaar is, dat iedereen ons kent en dadelijk op ons af komt om ons te begroeten. ‘Did you come back?’, vragen ze dan. ‘Do you want to help us again?’ En dan leggen we in ons beste Engels uit wat we komen doen. Vragen die ook altijd terugkomen zijn: ‘How is doctor Bron? And how is the family?’
    Na het avondeten maken we nog een rondje, maar dan vaak met de nieuwe dokter. Zo leert zij de omgeving ook wat kennen en daar is ze blij mee. We praten Engels met haar, maar hebben altijd pret om haar tongval. Zo gebruikt zij in plaats van het Engelse ‘you know’ steevast ‘ja’. Zij is tegenover ons heel open en vertelt veel over de zes jaren, die zij in Oeganda heeft gewerkt. Van sommige interessante verhalen kent Diny de achtergrond, omdat ze daarover in een Nederlands blad al het een en ander had gelezen. 
  7. Computeraangelegenheden
    Meteen de eerste dag, dat we hier in Brunapeg waren, sleepte één van de administratieve medewerksters mij al bij haar PC, die ellendig traag werkte en dan ook een reutelend geluid voortbracht. Enig onderzoek bracht aan het licht, dat de PC last had van een virus. Installatie van een update van het anti-virus-programma deed wonderen. Ik kon de virus verwijderen en de PC loopt als een tierelier.
    De PC van Mrs. Madzipa, de administrateur van het ziekenhuis, had vanaf het begin – toen wij vorig jaar weggingen kreeg zij een nieuwe PC – kuren. Op willekeurige momenten krijgt zij een boodschap op het scherm, dat zij een disk in de drive moet doen. Die boodschap slaat nergens op. Op Internet vond ik dat ik iets in het Register moest wijzigen (dit voor de kenners). Ik heb de gevonden stappen uitgevoerd en de boodschap blijft weg.
    Ik kan daar geen kwaad meer doen.
    Om cursus te geven heb ik enige installaties moeten uitvoeren. Zo goed en zo kwaad als dat ging, want elektriciteit is hier meer niet dan wel aanwezig!
    Volgende week begin ik met de lessen. Ongeveer twintig mensen ga ik straks in groepjes van vier of vijf lesgeven. 
  8. Plannen voor de scholen
    We zijn aan het proberen het gecombineerde plan van technicus Kaisano Ndlovu (vanmorgen heb ik hem kort gesproken) uit elkaar te rekken en voor de beide scholen een eenvoudiger wateroplossing te maken. Kaisano was druk en komt er later vandaag op terug.
    Moses Moyo, hoofd van de middelbare school, en Debra Nyathi van de lagere school voelen wel wat voor mijn voorstellen. Ik ben benieuwd of ik de technicus zo ver kan krijgen. 

Slot
We zijn ongeveer de hele dag buiten en slapen heel goed.
We genieten van de geluiden om ons heen. Loslopende en in de donkere nacht nu en dan balkende ezels, een Nonnetjieuil (onze kerkkuil), een Kroonkiewiet, een Gevlekte Koekoek, een Oranjeborsboslaksman, een Rooiborsduifie, Groenvlekkduifie, Bosveldvisvanger,  (om de Zuid-Afrikaanse namen van enkele hier veel voorkomende vogels te noemen).

11/02/2010 - Geplaatst door | 1

Nog geen reacties

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.